Stageplaatsen voor de Reinwardt Academie

Gedurende de wintermaanden, tijdens de sluiting, hebben 2 studenten van de Reinwardt Academie te Amsterdam hun stageprojecten uitgevoerd in het museum. Hun taak was de registratie van de vele artefacten in de collectie.
Helaas was het gezien de tijd die ze hadden niet mogelijk de hele collectie in kaart te brengen, maar er is zeker een belangrijke basis gelegd. De stages werden als zeer goed beoordeeld door de stage begeleiders.


1996 het laatste jaar is aangebroken.


18
Ondertussen hadden we zelf de routing omgegooid
en een origineel Duits luchtafweer kanon in stelling
gebracht. Diverse diorama’s werden verbeterd en
verder gecompleteerd. Dit bleek met de opening
van het nieuwe seizoen in 1996 een goede zet
te zijn en de pers schreef er uitvoerig over.
Wat we op dat moment niet wisten was,
dat het een paar maanden later echt
definitief over en uit zou zijn.



17 19

Het seizoen 1996 verliep echt goed; veel bezoek en steeds meer bezoekers op voorspraak van eerdere bezoekers. De continue aanpassingen en verbeteringen in de presentatie wierpen hun vruchten af. Diverse bezoekers kwamen zelfs meerdere keren achtereen. In juli gaf Keep Them Rolling weer acte de présence en dit was wederom een grote happening. Voor de kinderen was er een Canadese soldaat op zijn Norton geregeld en ze konden bij hem achter op de motor een rondje meerijden door het dorp. De belangstelling was overweldigend.
Begin september aan het eind van het seizoen kwam het bericht dat we liever niet wilden horen. In maart 1997 moest het gebouw ontruimd zijn, de koop was op papier al helemaal rond. Er werd besloten om in oktober nog één extra afscheids weekend te houden. De pers was buitengewoon meelevend en er werd veel aandacht besteed aan de sluiting.Het laatste weekend werd door vele honderden
mensen bezocht en de reacties waren bemoedigend. Het hielp ons helaas niet verder.


Vechten voor een toekomst.

Door het stichtingsbestuur werden 17 gemeentebesturen in de Achterhoek aangeschreven en uitgenodigd om geheel vrijblijvend een bezoek te brengen aan het museum. Dit vooral om hen kennis te laten nemen van de opzet en om hen wellicht te overtuigen van de waarde van een dergelijk museum voor een gemeente in het
algemeen. Gedurende het afscheid weekend melden zich 7 van de 17 aangeschreven gemeenten, van de andere 10 hoorden we niets. De gemeente Bergh(‘s Heerenberg) kwam zelfs 2 keer en maakte later een afspraak om met het college van Burgemeester en wethouders te komen.
De gemeenten Wisch en Lochem namen kennis van het museum maar zagen geen mogelijkheden. De contacten met Bergh werden aangehaald en het voltallige College kwam, er werd een rondleiding gegeven en er kwam een goede discussie op gang. De signalen boden perspectief voor de toekomst. Een beleidsplan moest er komen en daar gingen we hard aan werken. Na 4 weken hadden we een plan klaar,
deze werd verstuurd aan het College in Bergh. Na een aantal weken niets gehoord te hebben, toch maar eens de telefoon gepakt. Er werd verbaasd gereageerd en we zouden spoedig bericht krijgen.
Dit duurde wederom 6 weken en het was tot onze verrassing negatief.

1997 de collectie sterft een beetje.


In januari van 1997 werd de collectie naar het kerkhof gebracht. De gemeente Hengelo was zo vriendelijk geweest het ongebruikte aulagebouw op de openbare begraafplaats beschikbaar te stellen tot het jaar 2000.
Met hulp van vele vrijwilligers ging de collectie in één dag over. Terug bij af, maar ondertussen was er in Doetinchem een plan opgevat voor de oprichting van een IJzermuseum met daaraan gekoppeld het Stads museum, het Openbaar Vervoer museum en het Achterhoeks Museum 1940 1945. Uiteraard hadden we belangstelling maar ook dit initiatief kwam uiteindelijk niet van de grond.
In Ulft werden plannen gesmeed voor het IJzermuseum in de voormalige panden van de ijzergieterij DRU ook daar was wederom interesse in een combinatie met alleen het Achterhoeks Museum 1940 1945 maar helaas ook deze plannen strandden in de aanloopfase.

Medio 1997 werden we benaderd door de wethouder van Vorden en er volgde een gesprek, het klooster op de Kranenburg kwam leeg en de gemeente was buitengewoon geïnteresseerd in een "elk weer" accommodatie in Vorden. Er werden plannen gemaakt en er volgde een bezichtiging van het pand samen met de museumconsulent van Gelderland de heer Trijsburg.Tijdens deze bezichtiging was er een project ontwikkelaar die ook wel wat in het klooster zag en die sloeg toe. Deze locatie konden we vergeten. De gemeente Vorden gaf echter nog niet op en de op korte termijn vrij te komen panden van de Sorbo kwamen in beeld. De gemeente regelde afspraken met de directie van de Sorbo en het pand werd door ons bekeken.
Dit was misschien wel een maatje te groot voor onze organisatie, maar we gingen wel door. Het beleidsplan werd aangepast en er werden al voorlopige begrotingen gemaakt. Er was intensief contact met de wethouder en de Sorbo, totdat de Sorbo opeens te kennen gaf niet verder te willen met ons en inmiddels ook al een
andere bestemming had voor de panden.
In Vorden waren de opties op en er werd besloten voorlopig niets te ondernemen.


Hoe nu verder?


Binnen het bestuur bestond zo langzamerhand de indruk dat in de regio Achterhoek alle kansen en mogelijkheden waren benut. Er werd echter niet bij de pakken neergezeten en we gingen ons er op richten om de collectie voor 2000 onder dak te krijgen. In februari 1998 bereikt de voorzitter het bericht dat er in het centrum van Hengelo(Gld.) een locatie vrijkomt die eigenlijk perfect voldoet aan onze eisen. Het is een woon/winkelpand met ruimte voor de toekomst. De voormalige bedrijfsruimten kunnen door de stichting worden gehuurd. Het grote probleem blijft om voldoende middelen bijeen te brengen voor een verantwoorde inrichting en exploitatie.
Na veel ondersteuning van sponsors en een renteloze lening van de Gemeente Hengelo (Gld.) is het museum met veel inzet van vrijwilligers uiteindelijk gerealiseerd. Op 27 april 2001 is het Achterhoeks Museum 1940-1945 feestelijk geopend.

opening